De heilloze tocht na de eerste grote razzia van Nederland

Dit was het lot van de Amsterdamse Joden die op 22 en 23 februari 1941 zijn opgepakt.

Lees volgende verhaal

Op zaterdag houden de Joden sabbat, zo ook op 22 februari 1941. In de Amsterdamse Jodenbuurt is het dus relatief rustig, tot om vier uur ’s middags legertrucks de straten in rijden. Honderden Joodse mannen worden uit hun huizen getrokken en naar het Jonas Daniël Meijerplein geschopt. Daar moeten ze in de trucks stappen en vervolgens worden ze allemaal afgevoerd naar kamp Schoorl. De volgende ochtend komen de Duitsers terug voor een tweede razzia.

 

Onbekende fotograaf, Kamp Schoorl (ca. 1941). Beeld: Wikimedia Commons

 

Kamp Schoorl

In die twee dagen pakken de Duitsers 427 mannen op. Allemaal jong, allemaal Joods. De mannen zijn de eerste gevangenen in kamp Schoorl. In het kamp hebben de gevangenen de ruimte, ze mogen post ontvangen, hoeven geen zware arbeid te verrichten en krijgen behoorlijk te eten. Maar de situatie is er verre van leefbaar. Ze worden dagelijks mishandeld, gekleineerd en vernederd. Zo putten de kampbewakers ze uit met ondraaglijke exercities en moeten ze op hun knieën hakenkruizen schoonmaken met tandenborstels. In de acht maanden dat het doorvoerkamp open is, zitten er 1900 mensen gevangen. Voor zover bekend is er niemand gestorven.

Bij aankomst in het doorgangskamp slaan de bewakers de Amsterdamse Joden de trucks uit met geweerkolven. Ze worden medisch gekeurd en verhoord over hun Joodse afkomst. 38 mannen zijn ziek en mogen naar Amsterdam terugkeren, maar voor de 389 anderen wacht een heel ander lot. Zij verblijven vier dagen in kamp Schoorl, voordat zij op 27 februari in Alkmaar op de trein naar Weimar worden gezet.

 

Gevangenen in Buchenwald na de bevrijding van het kamp. Pvt. H. Miller, Buchenwald Prisoners (1945). Beeld: via Flickr

 

Kamp Buchenwald

Vlak bij Weimar is kamp Buchenwald gevestigd, afgescheiden van de wereld. De situatie is er vele malen slechter dan in Schoorl. Gevangenen worden tewerkgesteld in de steengroeve of krijgen andere taken toegediend, zoals het bouwen van barakken. Veel mannen hebben te lijden onder de zware omstandigheden en worden ziek. Velen vinden de dood door uitputting, ondervoeding, mishandeling, medische experimenten, ziekten als tuberculose en (massa)moord. In Buchenwald zitten tijdens de Tweede Wereldoorlog 238.979 mensen vast en 56.545 worden er vermoord.

Na een treinreis van een dag komen de 389 Amsterdamse mannen op 28 februari in Weimar aan. Ze moeten in en rond het kamp aan het werk. Kamp Buchenwald zit vol en door de winter is het leven er nog zwaarder. De straffen zijn er streng. Zo moeten de gevangenen op 29 maart de hele nacht op appel staan omdat de Duitsers vinden dat ze hun bedden niet goed genoeg hebben opgemaakt. Veertien mannen sterven in het kamp en een aantal anderen meldt zich bij de ziekenbarak. Dat is verboden en ze worden weggestuurd of ze krijgen direct een dodelijke injectie toegediend. Eind mei volgt het volgende transport, ditmaal naar het stadje Mauthausen in Oostenrijk.

 

De Dodentrap van kamp Mauthausen. Onbekende fotograaf, Österreich – Konzentrationslager Mauthausen (ca. 1944). Beeld: Bundesarchiv

 

Kamp Mauthausen

Ook in kamp Mauthausen zijn de omstandigheden erbarmelijk, de mishandelingen en andere ontberingen zijn extreem en de dwangarbeid in de steengroeve ondraaglijk. Elke dag moeten gevangenen grote brokken steen een trap op zeulen, die de niets verbloemende bijnaam Dodentrap heeft. De stenen moeten zo snel mogelijk bovenaan de 186 treden komen en als gevangenen hun steen laten vallen worden ze doodgeschoten. De lijken blijven soms dagenlang liggen. Ook andere gevangenen ruimen de Duitsers zonder pardon uit de weg. Zieken laten ze bevriezen, verhongeren of vergassen, en anderen worden doodgeslagen, -geschoten, opgehangen of eveneens vergast. Tijdens de oorlog zullen 197.464 mensen in Mauthausen gevangenzitten, waarvan meer dan 95.000 worden vermoord.

VrijheidNH Ieder jaar gedenken we oorlogsslachtoffers en staan we stil bij het grote geluk om in vrijheid te kunnen leven. In 2017 is de Nationale Viering van de Bevrijding in Noord-Holland. Oneindig Noord-Holland maakt de verhalen en plaatsen van betekenis in tijden van oorlog en vrede, vrijheid en onvrijheid zichtbaar en tastbaar. De verhalen over vrijheid en onvrijheid in Noord-Holland vertellen kan alleen dankzij drie belangrijke opdrachtverstrekkers en partners: de Provincie Noord-Holland, het Nationaal Comité 4 en 5 mei en Bevrijdingspop Haarlem. Oneindig Noord-Holland verzamelt en bewaart zoveel mogelijk verhalen over vrijheid en onvrijheid voor de toekomst. Dit verhaal maakt onderdeel uit van deze campagne. Klik hier voor alle verhalen over vrijheid.

De Amsterdamse Joden moeten na hun aankomst direct onder de douche. Daarna drijven bewakers vijftig van de mannen naakt het prikkeldraad in, waardoor ze worden geëlektrocuteerd. De anderen moeten de steengroeve in. Geen van hen zal het kamp overleven. Op dag drie wordt een deel bijvoorbeeld het kamp uitgejaagd, waardoor de wachters ze vanuit de wachttorens doodschieten. Anderen plegen zelfmoord door van de hoge rotswand af te springen. Soms als groep, hand in hand. Enkele maanden na de razzia’s in Amsterdam zijn alle mannen omgekomen.

 

Auteur: Lars van der Kooij

 

Bronnen

Maarten-Jan Vos, ‘Drie concentratiekampen. Schoorl, Buchenwald, Mauthausen’, Joods Monument (27 januari 2016).
‘Kamp Schoorl: de woelige geschiedenis van de Schoorlse Duinen’, Oneindig Noord-Holland (2017).
Korine Geerdink, ‘Protesteert tegen de Afschuwelijke Jodenvervolging!!! Staakt! Staakt! Staakt!’, Oneindig Noord-Holland (2011).