De uitbarsting van naoorlogse volkswoede

Een historicus schrijft later: ‘Het lijkt erop alsof de bewakers de methodes van de voormalige bezetters willen evenaren.’

Lees volgende verhaal

Het mag dan vrede zijn in mei 1945, vredig is de situatie zeker niet. Nederland verkeert in totale chaos. Een uitbarsting van volkswoede richt zich op iedereen die maar van collaboratie wordt verdacht. Alle verdachten moeten worden opgepakt, met gezin en al. Als eind juni 1945 het eerste naoorlogse kabinet aantreedt, zijn al meer dan 100.000 mensen geïnterneerd. Ze worden hard aangepakt en de situatie in de ‘kampen’ waarin ze terecht komen is tergend. Een historicus schrijft later: ‘Het lijkt erop alsof de bewakers de methodes van de voormalige bezetters willen evenaren.’

 

Gearresteerde NSB-vrouwen op matrassen van stro op de zolder van de Infanteriekazerne aan de Koudenhorn in Haarlem. Onbekende fotograaf, Gearresteerde N.S.B.-vrouwen (1945). Beeld: Noord-Hollands Archief

 

Concentratiekampen, fabrieken en scholen

Premier Pieter Gerbrandy ziet het in 1944 in het bevrijde zuiden al gebeuren: de Binnenlandse Strijdkrachten (BS) zijn ‘eigenmachtig aan het arresteren gegaan’. Ze weigeren ‘zich te storen aan de burgerlijke of militaire autoriteiten, onder het motto dat men slechts onder bevelen van Prins Bernard staat’. De arrestanten komen in de concentratiekampen van Amersfoort, Vught en Westerbork terecht of in een van de 130 fabrieken, scholen, kloosters of verwaarloosde woonhuizen die zijn omgebouwd tot provisorische ‘kampen’. Een van die nieuwe interneringsplekken is Kamp Crailo, een militair oefenterrein vlak onder Bussum.

 

Kamp Westerbork tijdens de Tweede Wereldoorlog. Onbekende fotograaf, De ‘Boulevard des Misères’ (1944). Beeld: Wikimedia Commons

 

Barre omstandigheden

In 1944 schreef premier Gerbrandy al over ‘ondraaglijke hygiënische en immorele omstandigheden’ in de kampen. Na de oorlog uit ook premier Schermerhorn zijn zorgen: ‘Het is een feit dat ons volk nu beelden te zien geeft, die gelijkenis tonen met hetgeen het Duitse volk in de afgelopen jaren de wereld te zien gaf, dat er in de plaats van Nederlandse rechtszekerheid hier en daar afzichtelijke machtswellust, zelfzuchtige willekeur en Gestapo-methoden optreden.’

De volkswoede is goed zichtbaar in de kampen. Kampbewakers mishandelen en treiteren geïnterneerden, ze slaan de ze tot bloedens toe en storten de tonnen die als wc dienen over ze uit. Gevangenen wordt medische hulp en hygiëne geweigerd en in sommige kampen mogen vrouwen hun onderlichaam niet wassen, want ‘wat niet wordt gebruikt, hoeft ook niet te worden gewassen’.

 

Concentratiekamp Amersfoort is op 7 mei bevrijd. Willem van de Poll, Bevrijdingsvreugd (1945). Beeld: Nationaal Archief/Anefo

 

In vrijwel alle kampen is er een tekort aan brandstof en medicijnen. Elk kamp moet de voedselvoorziening zelf regelen en die stelt daardoor over het algemeen weinig voor. Er heerst honger en kampbewakers houden het voedsel dat er is incidenteel voor zichzelf. Gedetineerden slapen op veel plekken op enkel los stro. Dat wordt snel vuil, dus ziekten tieren welig. Veel mensen hebben last van zweren en ontstekingen, die of niet of pas na maanden helen.

VrijheidNH Ieder jaar gedenken we oorlogsslachtoffers en staan we stil bij het grote geluk om in vrijheid te kunnen leven. In 2017 is de Nationale Viering van de Bevrijding in Noord-Holland. Oneindig Noord-Holland maakt de verhalen en plaatsen van betekenis in tijden van oorlog en vrede, vrijheid en onvrijheid zichtbaar en tastbaar. De verhalen over vrijheid en onvrijheid in Noord-Holland vertellen kan alleen dankzij drie belangrijke opdrachtverstrekkers en partners: de Provincie Noord-Holland, het Nationaal Comité 4 en 5 mei en Bevrijdingspop Haarlem. Oneindig Noord-Holland verzamelt en bewaart zoveel mogelijk verhalen over vrijheid en onvrijheid voor de toekomst. Dit verhaal maakt onderdeel uit van deze campagne. Klik hier voor alle verhalen over vrijheid.

Door de wraakgevoelens die de Nederlanders koesteren, is het voor de regering moeilijk om in te grijpen. De Nederlanders willen niets weten van de slechte omstandigheden in de kampen. Collaborateurs moeten gestraft worden, punt uit. Als ze mensen zouden laten gaan ‘zou vrijlating beslist tot moord en doodslag hebben geleid’, veronderstelt minister van Oorlog Jo Meynen. Pas rond 1950 komt de situatie tot bedaren en ontstaat er aandacht voor het lot van de gedetineerden.

 

Kamp Crailo in 1956. Onbekende fotograaf, Gezicht op militair oefenterrein Kamp Crailo (1956). Beeld: Noord-Hollands Archief

 

Auteur: Lars van der Kooij

 

Bronnen

Johannes Houwink ten Cate, ‘De kampen voor “foute” Nederlanders na de Tweede Wereldoorlog’, Historisch Nieuwsblad 7 (2001).
‘Misstanden in kampen na oorlog onbewijsbaar door achterhouden foto’s’, Trouw (1996).
‘Nieuwe aanwinst NIOD-beeldcollectie’, NIOD (8 februari 2016).