Het Wilhelmus regel voor regel

'Den Koning van Hispanje heb ik altijd geëerd'? Dit is het verhaal achter het eerste couplet van het Wilhelmus.

Lees volgende verhaal

Het Wilhelmus regel voor regel

 

 

Wilhelmus van Nassouwe
Ben ik, van Duitsen bloed

De familie Van Nassau kwam uit het Duitse stadje met die naam, vlak bij Koblenz. In de dertiende eeuw verhuisden zij naar het nabijgelegen Dillenburg. In 1533 werd hier Willem van Nassau geboren, zoon van graaf Jan van Nassau en gravin Juliana van Stolberg. Als kind erfde Willem bezittingen in de Nederlanden en Frankrijk, maar de band met Duitsland bleef. Toen in 1567 de strijd met de hertog van Alva begon, trok Willem zich bijvoorbeeld ter voorbereiding op het slot van Dillenburg terug. Ook werd zijn zoon Maurits hier geboren.

Den vaderland getrouwe
Blijf ik tot in den dood

Willem van Oranje werd al tijdens zijn leven ‘Vader des vaderlands’ genoemd. Willem wist namelijk een eenheid te maken uit een lappendeken van streken, steden en dorpen. Die hadden allemaal een grote mate van onafhankelijkheid van elkaar: een bewoner van Amsterdam voelde zich nog op geen enkele manier verwant met een visser uit Vlissingen. Tijdens de Opstand veranderde dat, toen de gewesten Holland, Zeeland, Utrecht, Gelderland, Overijssel, Groningen en Friesland zich in 1579 aaneensloten in de Unie van Utrecht. In dat jaar begint de geschiedenis van Nederland als een echt land.

Een Prinse van Oranje
Ben ik, vrij onverveerd

Willem van Nassau erfde in 1544 het prinsdom Orange in Zuid-Frankrijk, van zijn Franse oom René de Châlon, samen met bezittingen in de Nederlanden. Willem behoorde tot de hoge adel van Europa, en hij was kind aan huis bij de Habsburg-familie waar de Spaanse koning Filips II uit voortkwam. Die regeerde over een enorm rijk: Spanje en Portugal met de koloniën in Amerika en Afrika, de Lage Landen (nu: Nederland, België en Noord-Frankrijk) en delen van zuid-Italië en oost-Europa. Dat de Prins van Oranje daartegen in opstand durfde te komen verklaart het ‘Ben ik, vrij onverveerd’: ouderwetse taal voor ‘nergens bang voor’.

Den Koning van Hispanje
Heb ik altijd geëerd

Dit was het belangrijkste politieke statement van de Nederlandse opstandelingen: we vechten tegen het Spaanse bestuur, niet tegen onze koning Filips II. Gedurende de strijd werd dit steeds moeilijker vol te houden: in de tekst van het Wilhelmus (uit de jaren 1570) staat het nog centraal, maar met het ‘Plakkaat van Verlatinghe’ uit 1581 maakten de opstandelingen duidelijk dat zij hun vorst gedag wilden zeggen. Uiteindelijk gingen de opstandige gewesten zonder koning verder, als Republiek der Zeven Verenigde Provinciën.