Hoe Artis de Tweede Wereldoorlog doorkwam

Twee- tot driehonderd onderduikers, vele dierentuindieren die in leven moeten worden gehouden en een directeur die voor allemaal zorgt.

Lees volgende verhaal

Artis is in de Tweede Wereldoorlog een van de weinige plekken in Amsterdam waar mensen nog kunnen ontspannen. De dierentuin blijft de hele oorlog open en ook veel Duitsers komen om er een middagje te spenderen. Ondertussen zitten er tussen 1940 en 1945 twee- tot driehonderd mensen in het dierenpark ondergedoken.

 

Ontspannen in Artis tijdens de oorlog. Onbekende fotograaf, Natura Artis Magistra (1941). Beeld: Stadsarchief Amsterdam

 

Onderduikers

De onderduikers verblijven één of meerdere dagen of weken in Artis. Per keer zijn er enkele tientallen mensen. Ze zitten bijvoorbeeld verstopt in de Apenrots, de Bokkenrots en op de zolder van de Roofdierengalerij. Tijdens razzia’s in de Jodenbuurt vluchten mensen naar Artis, waar ze zich melden bij oppasser Van Schalkwijk. Hij legt een plank over de gracht rond de Apenrots, zodat de mensen zich daar binnen kunnen verschuilen. Door het water rond de rots hebben de Duitsers geen idee dat er mensen in verstopt zitten.

 

De Apenrots is net voor de oorlog geopend. Alfred Blok, Apenrots (1940). Beeld: Stadsarchief Amsterdam

 

Een van de onderduikers is Duifje van den Brink. Zij zit zelfs vier jaar lang in Artis. Elke dag is ze te vinden op het bankje bij het Apenhuis, waar ze met mensen (ook Duitsers) een praatje houdt. Naast Joden vindt ook een enkele verzetsstrijder de weg naar Artis. Henk Blonk verschuilt zich tijdelijk in het hok van de chimpansees, maar zijn buurman gorilla Japie is te nieuwsgierig. Hij rammelt aan het deurtje en loert door de spleetjes. Hij brengt Henk daardoor in gevaar en Henk verhuist naar het wolvenverblijf. Ook de werknemers van Artis duiken onder in de dierentuin. Tot 1943 weet directeur Sunier het voor elkaar te krijgen dat de meesten als ‘onmisbaar’ worden aangemerkt. Daarna kunnen ze zich schuil houden boven de roofdieren, waar ze hun tijd doorbrengen met kaarten.

 

Japie het Apie (of Jaapje het Aapje). Onbekende fotograaf, Aap ‘Jaapje’ met oppasser (1939). Beeld: Stadsarchief Amsterdam

 

Directeur Sunier zorgt ervoor dat de verschillende onderduikers in de dierentuin terecht kunnen. Hij zorgt ervoor dat mensen in ieder geval tijdelijk veilig zijn. Hij zit niet actief bij het verzet, maar hij heeft een pragmatische houding. Hij onderhoudt een zakelijke relatie met de Duitsers, maar helpt ondertussen mensen die gevaar lopen. Zijn tactiek om niet te veel aandacht op Artis te vestigen gaat zelfs zo ver dat zijn eigen zoon gewoon moet gaan werken in Duitsland. Directeur Sunier wil niet dwarsliggen, zodat de Duitsers Artis met rust laten en er niet te veel inspecties uitvoeren.

 

Tijdens de oorlog worden verblijven zelfs nog verbouwd. Onbekende fotograaf, Bergdierenrots in aanbouw (1941). Beeld: Stadsarchief Amsterdam

 

Dieren

De dagelijkse verzorging van de dieren wordt door de oorlog bemoeilijkt. In de eerste oorlogsjaren valt het nog mee. Er is genoeg hooi, vis, vlees, groente, fruit en zaden voor ze te krijgen en genoeg brandstof voor de pompen in het aquarium en de verwarming van de verblijven. Maar de laatste oorlogsmaanden is het afzien. Ook de dieren hebben te lijden onder de Hongerwinter.

Vooral vlees is lastig te krijgen. Directeur Sunier heeft een vrieshuis gehuurd waar voorraden vlees in worden opgeslagen. Vers vlees komt van noodslachtingen, verdronken dieren en gestorven dierentuin- en huisdieren. Ook worden verwilderde en wilde dieren gevangen. Ratten, duiven, eenden en andere vogeltjes als mussen en spreeuwen staan op het menu.

 

Armand Sunier, directeur van Artis tijdens de oorlogsjaren. Wim van Rossem, Oud-directeur van Artis dr. Sunier (1961). Beeld: Anefo via Nationaal Archief

 

De elektriciteitsvoorziening vormt een ander aanzienlijk probleem. Het laatste jaar krijgen alleen de pompen van de aquariums nog (illegaal afgetapte) stroom, maar op 14 april 1945 valt de laatste stroomtoevoer uit. Gelukkig heeft directeur Sunier bij het uitbreken van de oorlog voor een back-upsysteem gezorgd. Hij heeft benzinemotoren laten installeren en vaten benzine laten verstoppen om de voorziening op te vangen.

VrijheidNH Ieder jaar gedenken we oorlogsslachtoffers en staan we stil bij het grote geluk om in vrijheid te kunnen leven. In 2017 is de Nationale Viering van de Bevrijding in Noord-Holland. Oneindig Noord-Holland maakt de verhalen en plaatsen van betekenis in tijden van oorlog en vrede, vrijheid en onvrijheid zichtbaar en tastbaar. De verhalen over vrijheid en onvrijheid in Noord-Holland vertellen kan alleen dankzij drie belangrijke opdrachtverstrekkers en partners: de Provincie Noord-Holland, het Nationaal Comité 4 en 5 mei en Bevrijdingspop Haarlem. Oneindig Noord-Holland verzamelt en bewaart zoveel mogelijk verhalen over vrijheid en onvrijheid voor de toekomst. Dit verhaal maakt onderdeel uit van deze campagne. Klik hier voor alle verhalen over vrijheid.

Na de oorlog blijkt dat de sterfte onder de dierentuindieren niet groter dan normaal is geweest. Directeur Sunier heeft de hele oorlog alles wat in zijn macht lag gedaan om de dierentuin te beschermen, om zo niet alleen goed voor de mensen te zorgen, maar ook voor de dieren.

 

Auteur: Lars van der Kooij

 

Bronnen

Maarten Frankenhuis, ‘Artis in oorlogstijd’, Historiek (10 januari 2016).
‘Schuilen bij de apen: Artis in oorlogstijd’ (2016), Biografie van Amsterdam, via YouTube.