Welvaart in Nederland

In Slochteren in de provincie Groningen wordt het op een na grootste gasveld ter wereld gevonden. Binnen enkele jaren worden miljoenen Nederlanders via een nieuw aangelegd buizennet aangesloten op de gasbel. Door de verkoop van dit gas aan het buitenland en met de opbrengsten hiervan wordt het mogelijk de welvaartsstaat uit te bouwen, zodat iedereen […]

Lees volgende verhaal

In Slochteren in de provincie Groningen wordt het op een na grootste gasveld ter wereld gevonden. Binnen enkele jaren worden miljoenen Nederlanders via een nieuw aangelegd buizennet aangesloten op de gasbel. Door de verkoop van dit gas aan het buitenland en met de opbrengsten hiervan wordt het mogelijk de welvaartsstaat uit te bouwen, zodat iedereen zich van een redelijk bestaan verzekerd weet.

Welvaart in Nederland

Welvaart in NederlandWelvaart in Nederland

Nederland was in de jaren zestig veranderd in een uitgesproken industrieland, met de handel als een van de belangrijkste sectoren. Op allerlei terreinen deden zich vernieuwingen voor. Niet alleen in de industrie maar ook op landbouwgebied. Tractoren, kunstmest, nieuwe landbouwmethoden en gewasbeschermingsmiddelen deden hun intrede, waardoor de productie met sprongen omhoog schoot. Rotterdam was inmiddels de grootste haven van de wereld geworden en grote multinationals, zoals Philips, Unilever en de Koninklijke Shell Groep zorgden voor veel werkgelegenheid. Daarbij kwam de ontdekking in 1959 van een enorme gasbel bij Slochteren in de provincie Groningen. Binnen enkele jaren werden miljoenen Nederlanders via een nieuw aangelegd buizennet aangesloten op de gasbel, waardoor ook centrale verwarming in de huizen gemeengoed werd. Door de verkoop van dit gas aan het buitenland en met de opbrengsten hiervan, werd het mogelijk de welvaartsstaat uit te bouwen, zodat iedereen zich van een redelijk bestaan verzekerd wist. Door de explosieve economische ontwikkelingen ontstond er ook een tekort op de arbeidsmarkt, waardoor de eerste buitenlandse werknemers uit het Middellandse-Zeegebied in Nederland kwamen werken. Deze ‘gastarbeiders’ zouden voor een paar jaar in Nederland blijven werken en dan naar huis terugkeren, dacht men. Vanaf de jaren zeventig werd echter duidelijk dat velen zich permanent in Nederland vestigden en hun families naar Nederland lieten overkomen.

In Nederland begonnen de omroepen in 1951 met de eerste televisieuitzendingen en deden de eerste televisietoestellen hun intrede in Nederland. Alleen de welgestelden konden zich, in eerste instantie, dit nieuwe medium veroorloven. Tien jaar later keken al meer dan een miljoen Nederlanders naar televisie. Een andere verworvenheid was de bromfiets, waarvan er in Nederland op een gegeven moment meer dan 280.000 rondreden. Ook de eerste na-oorlogse Nederlandse auto rolde van de band. Van Doorne’s Automobielfabrieken N.V. bracht de droom van een eigen autootje dichter bij de werkelijkheid. Deze DAF had ook een revolutionair aandrijfsysteem door middel van een continue variabele V-snaar, de variomatic genoemd. Schakelen was in deze auto niet nodig.

Ook in het culturele leven deden zich radicale vernieuwingen voor. In 1950 was er een groep dichters die zich de Experimentelen noemden en afrekenden met de traditionele versbouw. Vertegenwoordigers van deze groep waren Lucebert (1924-1994), Gerrit Kouwenaar (1923), Remco Campert (1929) en Simon Vinkenoog (1928). Zij hadden nauw contact met een groep schilders die zich hadden verenigd in de Cobra-groep. De belangrijkste leden van Cobra – samengesteld uit de beginletters van de steden Copenhagen, Brussel en Amsterdam – waren Karel Appel (1921), Constant (1920), Corneille (1922), de Belgen Dotremont (1922-1979) en Alechinsky (1927) en de Deen Asger Jorn (1914-1973). Deze groep keerde zich af van het traditionele schilderen en zocht naar een spontane, experimentele en uitbundige schilderswijze. Zij lieten zich inspireren door de kunst van natuurvolkeren en de naïviteit van kindertekeningen. In de letterkunde deden schrijvers als Harry Mulisch (1927), Heere Heeresma (1932), Jan Wolkers 1925) en Jan Cremer (1933) van zich spreken. Vooral Wolkers en Cremer zorgden met hun sexuele taboedoorbrekende boeken voor grote opwinding. De gezapige Nederlandse samenleving vond de schilderijen en boeken echter schandalig en een aantasting van de goede zeden.